Trillingen

Trillingen en constructiegeluidoverdracht

Trillingen van installaties vormen vaak de belangrijkste oorzaak van verhoogde geluidniveaus in onderliggende en/of naastliggende geluidgevoelige ruimten. Dit fenomeen staat bekend als constructiegeluidoverdracht. Het toepassen van trillingsisolatoren is in dergelijke situaties doorgaans noodzakelijk.

In kritische gevallen – bijvoorbeeld bij lichte bouwconstructies of bij installaties met een hoge bronsterkte – kan een enkelvoudige ontkoppeling onvoldoende zijn. In zulke situaties wordt vaak gekozen voor een dubbelverende opstelling, waarbij de installatie wordt geplaatst op een verend opgelegde betonplaat. Deze configuratie biedt een aanzienlijk betere trillingsreductie.

Op basis van ruime praktijkervaring kan in veel gevallen een betrouwbaar advies worden opgesteld. Indien de trillingsbronsterkte onbekend is – wat regelmatig voorkomt doordat leveranciers deze gegevens niet verstrekken – kan deze worden bepaald door middel van metingen in een representatieve referentiesituatie.

Voelbare trillingen en comfortbeoordeling

Naast luchtgeluid vormen voelbare trillingen een essentieel aspect bij de beoordeling van hinder en comfort in gebouwen. Structuurgebonden trillingen spelen hierbij een belangrijke rol. Deze kunnen ontstaan door interne bronnen, zoals installaties en loopbelasting, maar ook door externe bronnen, zoals rail- en wegverkeer. Via de draagconstructie kunnen deze trillingen zich verspreiden door het gebouw.

Afhankelijk van de frequentie-inhoud en amplitude kunnen deze trillingen leiden tot:

  • secundaire geluidafstraling (hoorbaar geluid);
  • direct voelbare trillingen voor gebouwgebruikers.

De beoordeling van trillingen vindt plaats op basis van parameters zoals de effectieve trillingssnelheid (veff), piekwaarden en het frequentiespectrum. De frequentie-afhankelijke gevoeligheid van de mens speelt hierbij een belangrijke rol.

In Nederland wordt voor de beoordeling van hinder doorgaans aangesloten bij de richtlijn SBR-deel B: Hinder voor personen in gebouwen. Deze richtlijn beschrijft meet- en beoordelingsmethoden en stelt grenswaarden vast, afhankelijk van de gebruiksfunctie van het gebouw, de beoordelingsperiode en het type trilling (continu, intermitterend of incidenteel).

Onze aanpak

Wij voeren trillingsmetingen uit conform geldende normen en richtlijnen, met gebruik van gekalibreerde meetketens en nauwkeurige tijdregistratie. De meetgegevens worden spectraal geanalyseerd en beoordeeld op relevante beoordelingsgrootheden.

Op basis van deze analyse toetsen wij de resultaten aan de SBR-richtlijn en geven wij gericht advies over mogelijke maatregelen op het gebied van bronaanpak, overdrachtsbeperking en bescherming van de ontvangruimte.

20260413 133942 resized
schermafbeelding 2026 04 22 142739
Placeholder