Laagfrequentgeluid en tonaal geluidhinder
Laagfrequent geluid kan zich uiten als een hinderlijke brom of dreun die vooral in de avond en nacht opvalt, wanneer het stiller is en afleiding ontbreekt. Deze vorm van geluidhinder is sterk persoonsafhankelijk en wordt niet altijd door iedereen waargenomen (ook niet door meettdeskundige), maar kan bij gevoelige personen leiden tot slaapproblemen en een verhoogd stressniveau.
De oorzaak kan dichterbij liggen dan gedacht, bijvoorbeeld bij installaties in of rond het gebouw zoals warmtepompen, ventilatiesystemen, trafo’s of pompen die uit balans zijn.
Met geavanceerde meetapparatuur en het bijhouden van logboeken brengen wij het akoestisch klimaat in kaart en toetsen dit aan gangbare richtlijnen zoals DIN 45680 en de NSG-curve laagfrequent geluid en/of Vercamme-curve. Dit is de basis voor het proces van bron-identificatie, een proces met bijvoorbeeld schakelproeven of trillingsmetingen,. Wanneer de bron is gevonden is het veelal mogelijk een helder en praktisch advies voor een oplossing.
Tonaal geluid is vaak de werkelijke oorzaak van hinder, zelfs wanneer op basis van een eengetalswaarde gewoon aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Het is namelijk niet het totale geluidsniveau, maar de specifieke toon die als storend wordt ervaren.
Hoewel in milieuwetgeving al langer rekening wordt gehouden met een toeslag voor tonaal geluid, ontbrak lange tijd een duidelijke, kwantitatieve beoordelingsmethode en bleef dit binnen de bouwregelgeving vaak buiten beschouwing. Met de toename van klachten door installaties zoals warmtepompen en de invoering van de Omgevingswet is hierin een belangrijke verandering gekomen: zo is per 2025 ook in de NEN 5077 een toeslagfactor voor tonaal geluid opgenomen (let op: formeel nog geen wet)
De beoordeling vindt tegenwoordig plaats volgens ISO 1996-2:2017, met verdere uitwerking in ISO/TS 20065. Deze methode kijkt niet naar gemiddelde waarden, maar analyseert toon voor toon hoe opvallend een geluid is. Door de luidheid van een specifieke toon te vergelijken met de omliggende frequentieband, wordt bepaald hoe duidelijk deze hoorbaar is. Afhankelijk van dit verschil wordt een toeslag van 0 tot 6 dB toegepast voordat toetsing plaatsvindt. Deze aanpak maakt het mogelijk om hinder veel nauwkeuriger te beoordelen en vormt daarmee een belangrijke stap vooruit in het effectief aanpakken van installatiegeluid.
